Scriptievoorstel

Inleiding

Er wordt vrij algemeen verondersteld dat organisaties zich niet alleen met korte-termijn-denken zouden moeten bezighouden. Alleen bedrijven die ook de middellange en lange termijn in hun beleid betrekken creëren ook op de lange termijn een gezond rendement voor hun aandeelhouders en andere belanghebbenden. Tegelijkertijd blijkt uit een oneindig aantal berichten, die de afgelopen jaren via verschillende media zijn verschenen dat er niets zo onzeker is als de toekomst. Om met deze onzekerheid om te kunnen gaan, wordt er veel gebruik gemaakt van voorspellingen, trendrapporten en scenariostudies. Futurologen, trendwatchers, consultants, e-goeroes en andere visionairen vormen min of meer een zelfstandige bedrijfstak en voorzien gretige oren van opgewekte verhalen van de nieuwe economie, het digitale tijdperk en de dynamiek van de 21e eeuw met bijbehorende ongekende mogelijkheden.
Rein de Wilde (2000) spreekt in dit verband van ‘de toekomstindustrie’. In zijn boek De Voorspellers, een kritiek op de toekomstindustrie, uit hij zijn onvrede met de kwaliteit van de producten die deze industrie voortbrengt. Dit boek kan beschouwd worden als een aanleiding van dit onderzoek. De producten die de toekomstindustrie voortbrengt, vormen vaak de aanleiding van herziend beleid t.a.v. bijvoorbeeld de te volgen corporate strategy, zonder de mogelijkheid ze op waarheid te kunnen toetsen. Immers of deze profetieën waar zijn of niet kan alleen de toekomst zelf uitwijzen. Dit onderzoek gaat over dergelijke voorspellingen. Ik hoop met dit onderzoek de studie Beleid, Communicatie en Organisatie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam succesvol af te ronden.

Aanleiding

In mijn werk als facilitator van elektronisch ondersteunde brainstorm- en besluitvormingprocessen in (het voormalige Internet-demonstratie-centrum en inmiddels de zogenaamde ‘e-business marketplace van Nederland’) Media Plaza, heb ik regelmatig bijeenkomsten bijgewoond waar de ontwikkelingen in en om organisaties als gevolg van het toenemende gebruik van internet-technologie en de gevolgen daarvan besproken werden. Media Plaza richt zich op de beslissers in middelgrote en grote ondernemingen van Nederland en stuurt aan tot actie m.b.t. ‘e-business-activiteten’. In de bijeenkomsten, die in het futuristische centrum in de Jaarbeurs te Utrecht worden georganiseerd, wordt veelvuldig aan de hand van voorspellingen actueel beleid bepaald of op zijn minst beïnvloed.
In dergelijke bijeenkomsten wordt gepleit voor een omslag in denken en handelen. Economische noodzaak vormt veelal de grondslag voor dit idee. Het uitgangspunt is; als ondernemingen overlevingskansen en/of economisch succes willen hebben en vooral willen behouden in de toekomst, dan moeten zij in hun denken en handelen een rigoureuze verandering doorvoeren en de mogelijkheden van informatie- en communicatietechnologie daarbij optimaal benutten. Om flexibel in te kunnen spelen op de ongrijpbare dynamiek in de omgeving dienen wijzigingen doorgevoerd te worden t.a.v. organisatiestructuur, bedrijfsprocessen en in de omgang met interne en externe stakeholders. Van managers wordt verwacht dat ze nú beslissingen nemen die nog vele jaren later van grote invloed zullen zijn op de manier waarop ze marketen, verkopen en hun klanten tevreden stellen.

Probleemformulering

Deze gedachtegang is geheel in de lijn van de boodschap die al de afgelopen decennia wordt verkondigd in de organisatiekundige literatuur. Managementgoeroes als Hammer & Champy, Toffler, Handy, Morgan, Senge, Vaill, Peters, Naisbitt, Quinn, Mintzberg, Eccles, Hamel & Prahalad, Drucker, e.v.a. karakteriseren het tijdperk waarover zij schrijven, en in veel gevallen ook zichzelf, regelmatig als revolutionair. De organisatiekundigen hebben het gevoel getuige te zijn van een omslag of revolutie, die onvermijdelijk naar nieuwe verhoudingen moet leiden. Hedendaagse organisatiekundigen treffen in de ‘gangbare’ organisatietheorie ideeën aan, waar ze zich tegen afzetten, omdat deze niet zouden voldoen aan de eisen die de omgevingsdynamiek aan organisaties stelt en zeker niet aan de eisen die in de toekomst aan organisaties gesteld worden. (van Diest, 1999)

Een probleem van deze voorspellingen in de organisatiekundige literatuur is dat onvoldoende inzichtelijk wordt waar de omslag of revolutie precies uit bestaat (van Diest, 1999). Simon (reader Strategie-ontwikkeling) is zelfs heel stellig over het vakgebied en constateert: “De managementwetenschap is oppervlakkig, spreekt over vage begrippen als ‘gezag’of ‘centralisatie’. Met dergelijke vage begrippen heeft iedereen gelijk, en kan iedereen naar hartelust principes formuleren.” [Vgl ‘new’ marketing paradigm… ]

Begrippen die bij genoemde managementdenkers in verband staan met de voorspelde omslag zijn o.a.; kennis als belangrijke productiefactor, ICT, creativiteit, persoonlijke relaties, chaos, autonomie, empowerment, onvoorspelbaarheid, betrokkenheid, organische structuur, dynamiek, innovatie, uniciteit, diversiteit, etc.
Bovendien liggen aan deze voorspellingen vaak denkpatronen ten grondslag, die zouden kunnen leiden tot denkfouten die in de geschiedenis bij voorspellingen steeds weer terugkomen. Het is niet mijn ambitie voorspellers erop te wijzen hoe zij beter zouden (moeten) kunnen voorspellen. Ook stel ik het belang van voorspellingen in het algemeen niet ter discussie; ik ben ervan overtuigd dat vooruitkijken in veel gevallen verstandig en nuttig is. Wellicht geeft het benoemen van dergelijke denkpatronen meer inzicht en houvast bij het inschatten van de waarde van specifieke voorspellingen. Dit is van belang omdat voorspellingen, zoals gezegd, een leidende of sturende rol spelen bij het formuleren van actueel beleid. Het constant benadrukken van een ongrijpbare dynamiek als gevolg van een niet nader uitgelegde revolutie leidt in veel gevallen juist passiviteit; het tegenovergestelde van wat de vooruitkijkers beogen.

Doelstelling

In dit onderzoek wordt geprobeerd inzicht te verschaffen in de denkpatronen die aan het revolutie-denken en de daarbij behorende toekomstvisies ten grondslag liggen. Hiervoor nodig ik mensen uit, die beroepshalve vanuit verschillende disciplines met (de toekomst van) organisaties bezig zijn, om hun gedachten hierover op papier te zetten. Gezien de beperkte tijd, richt ik mij op Nederlandse voorspellingen. In deze verzamelde visies probeer ik vooraf de onderscheiden en verklaarde denkpatronen t.a.v. voorspellingen terug te vinden. Op deze wijze probeer ik samenhang te verschaffen tussen actuele thema’s om daarmee ‘de revolutie’ ten aanzien van organisaties expliciet te maken. Vanuit een exploratieve ontwerpbenadering, probeer ik bovendien [á la Chriet Titulaer] de contouren te schetsen van hoe organisaties er volgens actuele voorspellingen uit gaan zien. Het prescriptieve ontwerp van de organisatie van de toekomst kan gezien worden als een momentopname in de organisatiekunde aangezien voorspellingen, zoals de geschiedenis heeft aangetoond, vaak even veel (of zelf meer) over het heden blijken te zeggen als over de toekomst. Het ontwerp moet dus niet gezien worden als logische consequentie van de evolutie die organisaties doormaken of als the one best way of organizing.

Probleemstelling

De centrale vraag in dit onderzoek is:

Welke denkpatronen zijn te vinden in voorspellingen ten aanzien van organisaties, die worden gedaan naar aanleiding van huidige technologische ontwikkelingen?

In fig. 1 (conceptueel model) wordt duidelijk dat ik veronderstel dat er een verband bestaat tussen hedendaagse technologische ontwikkelingen en het denken over organisaties. In het eerste gedeelte van deze scriptie zal een overzicht gegeven worden van belangrijke stromingen in de organisatiekundige literatuur en aangetoond worden dat technologische ontwikkeling het denken over organisaties sterk heeft beïnvloed. Vervolgens zal aan de hand van een historisch overzicht aangetoond worden dat technologie ook veel invloed heeft gehad op de wetenschap in het algemeen en de kijk op de werkelijkheid in het bijzonder (autonomiegedachte, Van Diest). Met behulp van het boek De Voorspellers, een kritiek op de toekomstindustrie worden vervolgens denkpatronen onderscheiden die stoelen op o.a. de autonomie gedachte en die veelvuldig terug te vinden zijn in voorspellingen. Deze patronen verklaren waarom in voorspellingen nog al eens de plank misgeslagen wordt. Tenslotte wordt in het praktijkgedeelte getoetst of deze denkpatronen terug te vinden zijn in actuele voorspellingen over organisaties.

Deel vragen

· Op welke wijze hebben technologische ontwikkelingen invloed op organisatiekundige visies ?

· Welke redeneerpatronen zijn in toekomstvisies te onderscheiden?

· Met welke ontwikkelingen hebben organisaties momenteel te maken en hoe ziet het toekomstbeeld van organisaties er uit volgens de hedendaagse organisatiekundige literatuur? (inventarisatie ‘hete’ thema’s)

· Welke ideeën hebben mensen, die beroepshalve nadenken over organisaties, over de toekomst van organisaties (aan de hand van ‘hete thema’s’)? (dmv delphi-onderzoekmethode verzamelde visies, evt. deels kwantitatief/prioriteiten)

· Conclusie : Zijn de onderscheiden redeneerpatronen terug te vinden in de verzamelde visies?

Operationalisatie

Technologische ontwikkelingen
Toekomstvisies
Organisaties
Redeneerpatronen
Hedendaagse literatuur
Mensen, die beroepshalve nadenken over organisaties

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s